Samenstelling Tweede Kamer 1959-1963 – Wikipedia

Zetelverdeling Tweede Kamer 1959-1963.

De samenstelling van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1959-1963 biedt een overzicht van de Tweede Kamerleden in de periode tussen de Tweede Kamerverkiezingen van 12 maart 1959 en de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 1963. De regering werd in mei 1959 gevormd door het kabinet-De Quay. De zittingsperiode ging in op 20 maart 1959. Er waren 150 Tweede Kamerleden.

De partijen staan in volgorde van grootte. De politici staan in alfabetische volgorde, uitgezonderd de fractievoorzitter, die telkens vetgedrukt als eerste van zijn of haar partij vermeld staat.

KVP (49 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

PvdA (48 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

VVD (19 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

ARP (14 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

CHU (12 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

CPN (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

SGP (3 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

PSP (2 zetels)[bewerken | brontekst bewerken]

1959[bewerken | brontekst bewerken]

  • 19 mei: Jo Cals, Marga Klompé, Norbert Schmelzer, Gerard Veldkamp (allen KVP) Henk Korthals, Edzo Toxopeus (beiden VVD), Jan van Aartsen (ARP) en Michael Rudolph Hendrik Calmeyer (CHU) namen ontslag vanwege hun benoeming tot minister of staatssecretaris in het kabinet-De Quay. Hun opvolgers waren Eugenius Gerardus Maria Roolvink, Jopie Knol, Truus Kok, Willem Assmann (allen KVP), Han Corver, Ada Kuiper-Struyk (beiden VVD), Wim Aantjes (ARP) en Jur Mellema (CHU). Roolvink, Knol, Kok, Assmann, Kuiper-Struyk werden op 26 mei dat jaar geïnstalleerd, Corver op 16 juni 1959 en Mellema op 15 juli 1959.
  • 16 oktober: Herman Witte (KVP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot burgemeester van Eindhoven. Zijn opvolger Martien van Helvoort werd op 5 november dat jaar geïnstalleerd.

1960[bewerken | brontekst bewerken]

1961[bewerken | brontekst bewerken]

1962[bewerken | brontekst bewerken]

  • 25 januari: Jan Mathijs Peters (KVP) overleed. Zijn opvolger Jan Maenen werd op 13 maart dat jaar geïnstalleerd.
  • 19 februari: Kees van Nierop (ARP) nam ontslag omdat hij zijn Tweede Kamerlidmaatschap moeilijk kon combineren met zijn functie van secretaris van het Christelijk Nationaal Vakverbond. Zijn opvolger Antoon Veerman werd op 3 april dat jaar geïnstalleerd.
  • 1 maart: Frans van Vliet (KVP) vertrok uit de Tweede Kamer in verband met zijn drukke bezigheden als wethouder van Eindhoven. Zijn opvolger Rinus Broos werd op 8 mei dat jaar geïnstalleerd.
  • 1 april: Cor Borst (CPN) vertrok uit de Tweede Kamer omdat zijn werk als parlementslid hem te zwaar werd. Zijn opvolger Tjalle Jager werd op 11 april dat jaar geïnstalleerd.
  • 20 april: Nico van der Veen (PSP) overleed. Hij werd als fractievoorzitter van de PSP een dag later opgevolgd door Henk Lankhorst. Van der Veens opvolger als Tweede Kamerlid, Oene Noordenbos, werd op 7 juni dat jaar geïnstalleerd.
  • 12 juni: Theo Koersen (KVP) overleed. Zijn opvolger Jacques Aarden werd op 12 juli dat jaar geïnstalleerd.
  • 12 september: Frits van de Wetering (CHU) overleed. Zijn opvolger Harmen Gerbrandij werd op 4 oktober dat jaar geïnstalleerd.
  • 16 september: Jaap Burger (PvdA) trad terug als fractievoorzitter van de PvdA en Tweede Kamerlid na kritiek op zijn politieke stijl. Anne Vondeling volgde hem op 25 september dat jaar op als fractievoorzitter. Burgers opvolger als Tweede Kamerlid, Henk Engelsman, werd op 18 september dat jaar geïnstalleerd.
  • 1 oktober: Kees van Lienden (PvdA) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Zijn opvolger Cor Brandsma werd op 16 oktober dat jaar geïnstalleerd.
  • 12 december: Arie Jan Schouwenaar (PvdA) overleed. Zijn opvolger Rob van den Bergh werd op 8 januari 1963 geïnstalleerd.

1963[bewerken | brontekst bewerken]